top of page
Zoeken

'Picturing the Mind'

Bijgewerkt op: 18 feb. 2023

Ook wel eens een cliënt gehad die vroeg: "Wat kun je nu eigenlijk aan mijn werk zien over mij?!?"


Sinds decennia zijn hulpverleners gefascineerd door tekeningen en schilderijen van cliënten in de geestelijke gezondheidzorg. Lange tijd werd gedacht dat beeldend producten, en vooral de (symbolische) inhoud ervan, sporen zouden bevatten van de aard en ernst van psychische ziekten.

Ook in de beeldende therapie wordt er vanuit gegaan dat er een relatie is tussen de beeldende kunstvorm en geestelijke gezondheid. En dat is natuurlijk ook niet zo gek: de beeldende kunstvorm is immers hetgeen waarmee beeldende therapie zich onderscheidt van andere behandelvormen. Daar waar de psycholoog veelal de taal en de arts veelal medicatie inzet, zo gebruikt de beeldend therapeut de beeldende kunstvorm als therapeutisch middel. De fundamentele aanname is dat de methodische inzet van beeldend materiaal in een beeldend proces resulterend in een beeldend product bijdraagt aan geestelijke gezondheid. En dus ook andersom, dat geestelijke gezondheid van de cliënt zichtbaar wordt in de beeldende kunstvorm. Maar is dat eigenlijk wel zo? En zo ja, welke aspecten van geestelijke gezondheid worden dan zichtbaar? En worden die dan zichtbaar in het beeldend proces, beeldend product of in beide?


Vragen die me heel wat jaren geleden al bezighielden. Ik werkte toen als beeldend therapeut bij een instelling die veel aandacht besteedde aan de diagnostiek van de cliënten. Dat was nogal een uitdaging, omdat het personen betrof met een licht verstandelijke beperking en ernstig verstoord gedrag (SGLVG). Ze vielen een beetje tussen de wal en het schip van de reguliere geestelijke gezondheidzorg en gehandicaptenzorg. Tegelijkertijd was het in die tijd in de GGZ nog heel gangbaar dat cliënten gediagnosticeerd werden met DSM classificaties. Classificaties die lastig te “plakken” waren op de SGLVG doelgroep. Daarnaast was ik inmiddels afgestudeerd als geestelijk gezondheidswetenschapper en had ik mijn bedenkingen bij een classificatiesysteem dat vanuit een medisch denkmodel zo de nadruk legde op klachten. Ik had eerder een biopsychosociale visie op gezondheid ontwikkeld.


Enfin, als beeldend therapeut, gezondheidswetenschapper en inmiddels ook docent aan de opleiding Vaktherapie stelde ik mij de vraag hoe ik de rijke observaties tijdens het beeldend vormgeven in beeldende therapie kon verwoorden in een taal die ook mijn collega-behandelaren begrepen. Waar moest ik nu eigenlijk precies op letten in de beeldende therapie, hoe kon ik dat interpreteren in termen van gezondheid en wat kon ik op basis daarvan bijdragen aan de generieke diagnostiek?

Ik dook de internationale literatuur in, maar vond daar geen eenduidige antwoorden op deze vragen. Sterker nog, ik stuitte op een grote diversiteit aan perspectieven op de wijze waarop geestelijke gezondheid zichtbaar zou worden in de beeldende kunstvorm. Hoe kon het zo zijn dat er nog zoveel onduidelijk was over het fundament van beeldende therapie, namelijk de beeldende kunstvorm? Wat betekende dat voor mijn observaties in de praktijk? En wat diende ik mijn studenten te doceren? Ik besloot dit te onderzoeken in een promotieonderzoek.


In 2020 ben ik gepromoveerd op de relatie tussen de beeldende kunstvorm en geestelijke gezondheid van volwassenen in de GGZ. De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat niet zozeer WAT iemand maakt, maar vooral HOE iemand dat maakt, ertoe doet. HOE de cliënt heeft vormgegeven met het beeldend materiaal - de zgn. ‘materiaalinteractie’ – wordt voelbaar – de zgn. ‘materiaalbeleving’- en zichtbaar in het beeldend product. De specifieke combinatie van betrouwbaar te observeren formele beeldelementen beweging, dynamiek, contour, herhaling, kleurmenging en kleursaturatie bepalen de structuur en variatie van een beeldend product. En die structuur en variatie zeggen wel degelijk iets over de geestelijke gezondheid van de maker. Niet zozeer in termen van ziekte en wat er mis is, maar vooral in termen van balans tussen denken en voelen en de kracht en mogelijkheden om beter te worden, oftewel adaptief vermogen.


Op basis van deze wetenschappelijke bevindingen heb ik een methode ontwikkeld voor beeldend therapeutische observatie en diagnostiek in de klinische praktijk. Deze methode heet ArTA: Art Therapy Assessment. Het helpt beeldend therapeuten om evidence-based, gericht en systematisch te observeren en een beeldend therapeutische diagnose te formuleren. Door de centrale rol voor de beeldende kunstvorm, biedt ArTA de beeldend therapeut een concreet begrippenkader dat recht doet aan de rijkheid van de beeldend therapeutische observaties en tegelijkertijd navolgbaar en begrijpelijk is voor zowel de cliënt als andere behandelaren.

Deze methode is, na scholing, in te passen in de reguliere klinische praktijk. En ik heb er een boek over geschreven “ArTA. Een evidence-based methode voor beeldend therapeutische observatie in de klinische praktijk”.




Foto: Pavel Danilyuk/ Pexels





128 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page