top of page
Zoeken

Kennisbite: De polyvagale theorie en vaktherapie

Bijgewerkt op: 14 dec. 2023



De polyvagale theorie. Ongetwijfeld heb je daar al eens over gehoord. De theorie is ontwikkeld door Stephen Porges 1. Deb Dana heeft deze vertaald voor toepassing in de praktijk 2. En hoewel oorspronkelijk helemaal niet ontwikkeld voor therapeutische doeleinden, wordt deze theorie vooral ingezet bij traumagerelateerde hulpvragen. De theorie draagt mogelijk bij aan de verklaring van de werking van vaktherapie. Ik ben ook van mening dat deze verklaring, waarover later meer, vanuit meerdere perspectieven ondersteund kan worden en de polyvagale theorie daar enkel een deel van is. Lees daarvoor ook de blog "Is de polyvagaal het (niet) helemaal...?!" waarin ik de polyvagale theorie kritisch beschouw.


Toch kan een goed begrip je helpen te begrijpen hoe het gedrag van jezelf en van je cliënten automatisch wordt aangestuurd en hoe je daarop kunt afstemmen. Omdat best complexe materie is, zal ik proberen hem stap voor stap uit te leggen.


Het zenuwstelsel

Het totale zenuwstelsel wordt opgedeeld in het ‘centrale zenuwstelsel’ en het ‘perifere zenuwstelsel’ 3. Het centrale zenuwstel bestaat uit het brein en het ruggenmerg. Het perifere zenuwstelsel bestaat uit de zenuwen die het brein en het ruggenmerg verbinden met alle andere delen van het lichaam. Het perifere zenuwstelsel wordt vervolgens weer opgedeeld in het ‘somatische zenuwstelsel’ en het ‘autonome zenuwstelsel’. Het somatische zenuwstelsel bestaat uit de hersen- en ruggenmergzenuwen die sensorische input naar de hersenen en het ruggenmerg brengen en opdracht terug geven aan de spieren. Het autonome zenuwstelsel regelt de acties van de gladde spieren, klieren en organen. Het autonome zenuwstelsel wordt weer verdeeld in het ‘sympathische zenuwstelsel ’ en het ‘parasympatische zenuwstelsel’. In onderstaand plaatje vat ik het samen.



Het autonome zenuwstelsel

De primaire functies van je autonome zenuwstelsel zijn ‘overleven’ en ‘homeostase’. Het autonome zenuwstelsel stuurt eigenlijk alle 'automatische' functies in je lichaam aan, zoals je ademhaling, spijsvertering, hartslag enz. Zie het als je ‘cruise control’. Het is maar goed dat je daar niet teveel bij hoeft na te denken, want je zou anders geen tijd meer over hebben voor andere dingen! Deze processen zijn reacties op prikkels van je lichaam (honger, slaap) en prikkels vanuit je omgeving. Adequaat kunnen signaleren van prikkels van veiligheid en onveiligheid helpen je lichaam adaptief te reageren en daarmee te overleven. Als je lichaam gevaar signaleert, dan wordt het sympathische deel geactiveerd: o.a. je hartslag gaat omhoog, je gaat sneller ademhalen en je maakt cortisol en adrenaline aan. Kortom: je lichaam maakt zich klaar om te vechten of te vluchten. Als je lichaam veiligheid signaleert – overigens vaak met tussenkomst van specifieke hersengebieden die je helpen om betekenis toe te kennen aan de waargenomen signalen – dan wordt het parasympatische deel geactiveerd: je lichaam keert weer tot rust en herstelt. Een gezond functionerend autonoom zenuwstelsel is dus flexibel en adaptief.


De polyvagale theorie

De polyvagale theorie is gericht op de werking van de belangrijkste zenuwbaan: de Nervus Vagus, oftewel de ‘zwervende zenuw’. Want dat is wat deze zenuw doet: hij waaiert vanuit de hersenstam uit naar beneden naar je hart en al je organen, en naar de voorkant naar o.a. je gezichtsspieren. De Nervus Vagus bestaat uit twee bundels die vanuit de evolutie gezien niet tegelijkertijd ontwikkeld zijn. Er is een meer primitief georganiseerde bundel: de Dorsale Vagus die allerlei functies onder het middenrif aanstuurt, zoals je maag en darmen. En een slimmere modernere georganiseerde bundel: de Ventrale Vagus, die allerlei functies boven het middenrif aanstuurt, zoals je hart en longen. Vandaar overigens de naam Polyvagaal (poly betekent meerdere).

Stephen Porges ontdekte verschillende aspecten over de werking hiervan. Ik noem hier de concepten ‘neuroceptie’, ‘hiërarchie’ en ‘co-regulatie’.


Neuroceptie

Je autonome zenuwstelsel reageert heel snel en zonder dat je erbij nadenkt op prikkels vanuit je lichaam, je omgeving of in contact met anderen. Omdat dit op een niet-bewust niveau plaatsvindt, wordt dit neuroceptie genoemd. Het is eigenlijk het voorstadium van perceptie: het proces waarin je brein analytisch nadenkt over het signaal en er betekenis aan toekent.


Hiërarchie

Je autonoom zenuwstelsel (AZS) reageert op drie manieren op prikkels.

  1. Je AZS signaleert veiligheid: je lichaam is in rust en herstelt indien nodig van eerder ervaren spanning. Je bent in contact met jezelf en anderen en stemt af op de situatie in het hier en nu. Je hebt controle over wat je doet, je staat open voor mogelijkheden en bent nieuwsgierig. Er is ruimte voor spel en creativiteit. Op dat moment is het evolutionair jongste deel van de Nervus Vagus, de Ventrale Vagus geactiveerd.

  2. Je AZS signaleert gevaar: je lichaam mobiliseert. Het maakt zich klaar om te reageren op de dreiging door te vluchten of te vechten. Je spierspanning neemt toe, je hartslag en ademhaling gaan omhoog. Ook activeert je AZS de bijnieren die adrenaline en cortisol – ook wel het ‘stresshormoon’ genoemd – aanmaakt die je lichaam helpen zich paraat te maken. Je sympathische deel van de Nervus Vagus is hierbij actief.

  3. Je AZS signaleert gevaar als té bedreigend: je lichaam immobiliseert, het bevriest. De zogenaamde ‘freeze’ of ‘shut-down’ reactie. Je bent niet meer in staat om te reageren op de situatie, verliest het contact met jezelf en je omgeving, ook wel resulterend in dissociatie. Met name situaties waarin je niet weg kunt, activeren deze reactie waarbij het oudste deel van de Nervus Vagus, de Dorsale Vagus, is geactiveerd.

Deze reacties worden vaak gerelateerd aan trauma, omdat reacties op het trauma worden verankerd in het lichaam 4. Deze ervaringen verstoren een gezonde werking van het AZS en leiden vaak tot disfuncties in het denken, voelen en handelen. Zeker bij vroegkinderlijk trauma heeft dit veel invloed op de ontwikkeling van het AZS. Het AZS wordt als het ware verkeerd geprogrammeerd. Dit heeft tot gevolg dat ook lang nadat het trauma heeft plaatsgevonden, iemand moeite heeft met het signaleren van veiligheid (veilige prikkels worden sneller als onveilig gesignaleerd), waardoor het lichaam in een continue staat van paraatheid blijft en/ of makkelijk dissocieert.


Maar ook zonder trauma kun je deze drie reacties herkennen. Zo is je sympathische deel van de Nervus Vagus actief als je een ‘stressor’ ervaart, zoals bij het maken van een toets of wanneer je een presentatie moet houden voor een groep. Je lichaam maakt zich klaar om met die spanning, die kortdurende stress, om te gaan en dat is een hele gezonde reactie waarvan het lichaam ook weer herstelt zodra de stressor voorbij is.


Als stress lang aanhoudt, dan blijft je sympathische deel actief. Je lichaam blijft in een voortdurende staat van paraatheid met alle lichamelijke reacties die daarbij horen. Zo blijft ook cortisol lang in je systeem circuleren. Dat heeft invloed op je immuunsysteem met mogelijk allerlei lichamelijke klachten als gevolg 5. Maar cortisol beïnvloedt ook de hormoonhuishouding wat kan leiden tot bijvoorbeeld stemmingsklachten.


Als stressoren te lang aanhouden, teveel van je vragen of je ziet geen uitweg of oplossing, dan reageert je lichaam met immobilisatie. Je weet niet hoe je het aan moet pakken en ziet geen uitweg. Je raakt het contact met jezelf kwijt en voelt geen ruimte voor sociale interactie. Hierdoor kun je je machteloos, hopeloos en eenzaam voelen. Het gevoel hebben teveel te moeten doen, maar nergens aan te komen en voortdurend moe te zijn.


Als je lichaam te lang reageert vanuit mobilisatie of immobilisatie vindt er geen rust en herstel plaats; je lichaam raakt gedisreguleerd. Ook de verbinding tussen deze autonome, subcorticale processen, en de meer bewuste cognitieve, corticale processen vanuit het brein raakt verstoord. Je lichaam en de daarmee gepaard gaande emoties of het denken krijgen de overhand: er ontstaat disbalans en je bent minder in staat adaptief te reageren op prikkels 6. Deze processen sturen het dagdagelijks gedrag aan.


Co-regulatie

Het AZS is in principe bij iedereen gelijk ‘aangelegd’. De wijze waarop het geprogrammeerd wordt, vindt plaats op hele jonge leeftijd en is afhankelijk van de co-regulatie van de ouder/ verzorger. Baby’s en jonge kinderen kunnen zichzelf nog niet reguleren en zijn daarvoor afhankelijk van de co-regulatie van de verzorger. Het aanleren van zelfregulatie wordt ontwikkeld in interactie met een verzorger bij wie dit wel ontwikkeld is. Vandaar ook dat die vroegkinderlijke ontwikkeling zo belangrijk is. In een gezonde hechtingsrelatie ontstaat co-regulatie als vanzelf: De ventrale vagus van de ouder reguleert de ventrale vagus van het kind. Bijvoorbeeld het bieden van troost als het kind van streek is, waardoor het kind zich weer veilig voelt en tot rust en herstel komt. Als de verzorger niet in staat is om de baby en het jonge kind te helpen reguleren, laat staan als deze de dreiging 'an sich' vormt, dan wordt het AZS niet goed geprogrammeerd.


Co-regulatie vindt ook plaats tussen volwassenen. De Nervus Vagus is sterk vertakt met de gezichtszenuwen, specifiek met de oogspierzenuwen. Dit betekent dat de reactie van ons AZS zichtbaar wordt in o.a. onze gezichtsuitdrukking, zoals in onze mimiek, hoofdbewegingen, ogen en stem. Dat geldt voor alle reacties, dus vanuit de ventrale vagus (veilig, rust), sympathisch (flight/fight) en dorsale vagus (freeze, shut-down). Daar reageren mensen in interactie op. Je kunt vast een situatie voor de geest halen waarin iemand zo gespannen was, dat je dat ‘overnam’.

Dat betekent ook dat als je iemand treft die rust en vertrouwen uitstraalt, je dit kan helpen om zelf ook weer tot rust te komen en veiligheid te ervaren. Een therapeut maakt daar bewust gebruik van om de processen vanuit het AZS te beïnvloeden en het zelfregulerend vermogen te vergroten.


Compassie

Het AZS is geprogrammeerd op basis van ervaringen en de processen vinden automatisch op een niet-bewust niveau plaats. Als we deze processen willen beïnvloeden, dan is dat niet zo makkelijk via taal en cognitie. Dat is overigens wel een belangrijke eerste stap, met name voor het ontwikkelen van zelfcompassie. Als iemand leert begrijpen dat de reactie op een overweldigende situatie ‘onvrijwillig’ was en automatisch werd aangestuurd ten dienste van het eigen overleven, dan kan dat eventuele gevoelens van schaamte en schuld wegnemen. Het geeft een ander perspectief op de reactie van het eigen lichaam. Maar begrijpen dat je je zo voelt en gedraagt, verandert niet dat je je zo voelt en gedraagt 4. Maar hoe dan wel?


Beïnvloeden van het AZS

Als er sprake is van disregulatie, dan is therapie primair gericht op het herstel van de gezonde werking van het AZS. Maar hoe doe je dat? Een aantal aandachtspunten:

  • ‘Geen haast!’

Als therapeut kan de neiging ontstaan om iemand het liefst zo snel mogelijk naar ventrale neuroceptie (veiligheid) te laten bewegen. Het is echter van belang je te realiseren dat bij mensen waarbij de processen van het AZS (sterk) zijn verstoord, ook de neuroceptie is verstoord. Hierdoor worden veilige situaties sneller als onveilig ervaren. Bovendien kan veiligheid ongemakkelijk of onwennig voelen. Om die reden verloopt de beweging van dorsaal (immobilisatie) of sympathisch (overmobilisatie) altijd via ‘gecontroleerde mobilisatie’. Daarmee wordt bedoeld het op gang brengen van een nieuwe beweging als reactie op signalen vanuit het lichaam die hanteerbaar zijn. Dat kost tijd. Tijd die nodig is om te leren vertrouwen dat interactie met en steun van andere helend zijn. En dat in contact zijn met het eigen lichaam, en de emoties en gevoelens die daarmee gepaard zijn, helpen adaptief te reageren.


  • ‘Aanspreken van het gezonde stuk’

Ondanks dat er sprake is van disregulatie, is er altijd een gezond stuk 7. Het is van belang om klachten serieus te nemen, maar de focus te verschuiven naar wat wel lukt en waar mogelijkheden zitten. Door het gezonde stuk aan te spreken, wordt het gevoel van regie oftewel ‘sense of agency’ vergroot. En daarmee het adaptief vermogen.


  • ‘Hier en nu’

Een sympathische (mobilisatie) of dorsale reactie (immobilisatie) hebben met elkaar gemeen dat iemand geen contact meer maakt met zichzelf, de ander en zijn omgeving. Iemand is niet in het hier en nu aanwezig. Het kan dan helpend zijn om via co-regulatie contact te maken met zichzelf. Gewaarworden van het eigen lichaam, emoties en gevoelens draagt bij aan adaptief vermogen.


  • ‘Doen en ervaren’

De processen die het AZS aanstuurt komen tot uitdrukking in de beweging van het lichaam. Beweging is sterk gerelateerd aan emoties en gevoelens 8. Door een andere gerichte beweging op gang te brengen die gepaard gaat met een andere gerichte ervaring, kunnen deze processen dus beïnvloed worden. Door iets op een andere manier aan te pakken, kan iemand 'aan den lijve' ervaren wat dit doet. Als sprake is van een letterlijk onafgemaakte beweging i.r.t. bijvoorbeeld een traumatische ervaring, dan kan het zinvol zijn om ruimte te geven om deze alsnog af te maken. Hierdoor kan iemand weer in contact komen met de eigen beleefwereld en ervaren dat het lichaam betrouwbare signalen geeft.


Begin je al mogelijkheden te zien hoe Vaktherapie bijdraagt aan het herstel van een gezonde werking van het AZS? Hieronder mijn gedachten over waarom Vaktherapie bij uitstek een ingang biedt om een gezonde werking van het AZS te herstellen en daarmee balans en adaptief vermogen te vergroten. Ik richt me daarbij op aspecten van vaktherapie die alle disciplines met elkaar gemeen hebben, maar focus op de werking van de kunsten in een creatief vormgevingsproces in de context van therapie.


Polyvagale theorie en vaktherapie

Processen die het AZS aansturen komen tot uitdrukking via het lichaam en worden manifest in de manier waarop iemand beweegt. Het methodisch handelings- en ervaringsgericht werken in een vaktherapeutische discipline zoals beeldend vormen, dans, beweging, drama en muziek maakt deze beweging zichtbaar, voelbaar, hoorbaar en werkbaar. Hoe zit dat precies?


Analogie

Het vormgeven in de vaktherapeutische discipline m.n. in de kunsten activeert dezelfde processen die worden aangestuurd door het AZS. Het vormgeven in de kunsten vindt ook op een niet-bewust, niet-cognitief niveau plaats. De ervaring staat centraal en daar komen in eerste instantie nog geen woorden aan te pas. Iemand reageert primair op de kunstvorm vanuit het AZS. Die processen komen tot uitdrukking in de beweging die iemand maakt in het beeldend vormen, dans, drama en muziek. Ze worden zichtbaar, hoorbaar en voelbaar en zijn daarmee analoog aan het functioneren buiten de therapie.

Dat betekent ook dat als je iemand op een andere manier laat vormgeven in de kunsten, je daarmee dezelfde processen beïnvloedt die het functioneren in dagdagelijkse situaties aansturen. Drie kenmerken van vaktherapie dragen daar mijn inziens aan bij. Vaktherapie is handelingsgericht, ervaringsgericht en integreert corticale en subcorticale processen.


Handelingsgericht

Vaktherapie is handelingsgericht; het doen staat centraal en appelleert aan gecontroleerde mobilisatie. De cliënt wordt in het hier en nu aangesproken op het gezonde stuk, op dat wat wel nog lukt en hanteerbaar is. Hierdoor ontstaat een ‘sense of agency’. Het vormgeven in de kunsten is constructief en interactief. In een veilige context ontstaat interactie met de therapeut en met de kunstvorm. Dit geeft ruimte voor co-regulatie, bijvoorbeeld middels synchronisatie. Het in het hier en nu op een andere manier vormgeven stelt iemand in de gelegenheid om in beweging te komen, los te komen van onbewuste patronen die gezond functioneren belemmeren. Dit draagt bij aan zelfregulatie, flexibiliteit, adaptief vermogen en probleemoplossend vermogen.


Ervaringsgericht

Vaktherapie is ervaringsgericht; door te interacteren met de kunstvorm kan iemand lichaamssignalen en daaraan gerelateerde emoties gewaarworden in het hier en nu. Zeker als een cliënt het moeilijk vindt om emoties te herkennen, toe te laten of uit te drukken, kan de therapeut in eerste instantie appelleren aan het parasympatisch systeem door de kunstvorm zodanig aan te bieden dat iemand ontspanning, spelplezier en andere positieve emoties kan ervaren en durft toe laten. Vanuit daar kan de cliënt ervaren dat het vermijden van emoties niet nodig is en ontstaat er ruimte ook negatieve emoties te ervaren en om te buigen.


Integratie

Een creatief vormgevingsproces in vaktherapie vraagt zowel denken als voelen. Door de ervaring er te kunnen laten zijn en hier (samen) op te reflecteren draagt bij aan bewustwording en herstelt de balans tussen denken en voelen. Door afstand te nemen van de handeling en de ervaring wordt iemand bewust van patronen in het eigen functioneren en kan daar een andere betekenis aan toekennen. Dit draagt bij aan begrip en zelfcompassie voor het eigen lichaam. Begrijpen dat je lichaam je helpt te overleven en dat je niet vast zit in patronen die niet meer functioneel zijn, draagt bij aan zingeving en helpt negatieve gedachten en gevoelens om te buigen en het anders te doen dan voorheen. Dit draagt bij aan rust en herstel en een gezond(er) functionerend AZS dat het lichaam in balans houdt en adaptief laat reageren op uiteenlopende situaties.



Conclusie

De polyvagale theorie laat o.a. zien hoe trauma wordt opgeslagen in het lichaam en de processen die het autonome zenuwstelsel aanstuurt verstoord. Deze processen dienen het overleven en het herstel van evenwicht en sturen ons alledaagse functioneren aan. Omdat deze processen op een onbewust, niet-cognitief niveau plaatsvinden, is het soms moeilijk om daar woorden aan te geven. De polyvagale theorie helpt om daar wat meer grip op te krijgen en te begrijpen wat er gebeurt. Deze theorie geeft ook inzicht in de wijze waarop deze processen te beïnvloeden zijn. Niet zozeer verbaal en cognitief, maar vooral handelings- en ervaringsgericht zoals in Vaktherapie.


Op die manier draagt deze theorie mogelijk bij aan de verklaring van de werking van Vaktherapie. Toch is dit niet het hele verhaal. Niet wat betreft het verklaren van de verbinding tussen lichaam en geest. Niet wat betreft gezondheid. En niet wat betreft het verklaren van de werking van Vaktherapie. Lees er meer over in mijn andere blog "Is de polyvaal het (niet) helemaal...?!"



1. Porges S. W. (2011). The Polyvagal Theory: Neurophysiological foundations of emotions, attachment, communication, and self-regulation. WW Norton.

2. Dana, D. (2018). Die Polyvagal Theorie in de Therapie. Den Rhytmus der Regulation nutzen. G.P. Probst Verlag.

3. Freberg, L.A. (2019). Discovering Behavioral Neuroscience. An Introduction to biological Pychology (4th ed.). Cengage.

4. o.a. Kolk, van der, B. (2014). The Body keeps the score: Mind, Brain and Body in the transformation of trauma. Pinguin.

5. Maté, G. (2019). When the Body says no. The Cost of hidden Stress. Vermilion.

Maté, G. (2022). The Myth of Normal: Trauma, Illness & Healing in a toxic Culture. Vermilion.

6. Pénzes, I. (2020). Art form and Mental health. Studies on art therapy observation and assessment in adult mental health. (Proefschrift). Behavioural Science Institute.

7. Antonovsky, A. (1979). Health, stress and coping. Jossey-Bass.

Antonovsky, A. (1987). Unraveling the mystery of health. Jossey-Bass.

8. Stern, D.N. (2010). Forms of Vitality. Exploring Dynamic Experience in Psychology, The Arts, Psychotherapy, And Development. Oxford University Press.


Foto: Pexels

Afbeeldingen: Ingrid Pénzes



4.868 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page