In het oog van de Storm: Verkort werken met ArTA in het ziekenhuis: waar beeld sneller spreekt dan taal
Ingrid Pénzes in gesprek met beeldend therapeuten Marion Winters en Linda Heerschop van het Frisius MC

ArTA wordt in de basis afgenomen in drie – en soms meer – observatiemomenten, waarin met verschillende materialen, technieken en instructies wordt gewerkt. Maar hoe ziet dat eruit in een setting waar tijd schaars is, opnames kort zijn en diagnostische vragen zich vaak in hoog tempo aandienen? En wat vraagt dat van je als beeldend therapeut wanneer je niet drie sessies hebt om een proces te laten ontvouwen, maar in één of twee momenten al tot de kern moet komen?
Met ArTA Stories wil ik ervaringen met ArTA van beeldend therapeuten in de praktijk verzamelen en delen. Niet alleen om elkaar te inspireren, maar ook om van elkaar te leren. Welke keuzes maken collega's? Wat werkt goed? Waar lopen ze tegenaan? En welke lessen nemen ze mee?
Voor deze ArTA Story sprak ik met Marion Winters en Linda Heerschop, beeldend therapeuten in het Frisius Medisch Centrum. Zij hebben de ArTA Basis Certificering behaald en werken inmiddels met een verkorte vorm van ArTA. Ze gaan met mij in gesprek over hoe ze dat doen, hoe dat zowel hun manier van kijken als hun zichtbaarheid binnen het behandelteam beïnvloedt.
Over Frisius MC
Frisius MC is een topklinisch opleidingsziekenhuis. Topklinische zorg is hooggespecialiseerde, complexe zorg die geleverd wordt door ziekenhuizen met de STZ-status (Samenwerkende Topklinische Ziekenhuizen). Deze ziekenhuizen bieden naast basiszorg ook zorg die schaarse expertise, complexe voorzieningen en een hoog niveau van kwaliteit en continuïteit vereist. Ze zijn bovendien belangrijk voor de opleiding van (toekomstige) zorgprofessionals en voeren wetenschappelijk onderzoek uit om de zorg te innoveren en te verbeteren.
Beeldende therapie in het Frisius
Hoewel beeldende therapie al langer onderdeel uitmaakt van het zorgaanbod, heeft de functie de afgelopen jaren een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Door organisatorische veranderingen binnen het ziekenhuis, gecombineerd met de implementatie van ArTA, ontstond ruimte om beeldende therapie breder in te zetten binnen de klinische praktijk.
Marion vertelt dat in het ziekenhuis veel waarde wordt toegekend aan evidence-based werken. Zelf wilde ze beeldende therapie steviger neerzetten en ging daarom op zoek naar een beeldend diagnostisch middel dat aansluit bij die cultuur. Via Linda's afstudeeronderzoek kwamen ze bij ArTA terecht en mochten ze de opleiding volgen.
Tegenwoordig worden Marion en Linda vanuit verschillende specialismen betrokken bij diagnostische vragen rondom gedrag, spanningsregulatie, coping en adaptief functioneren. Verwijzingen komen vooral vanuit de psychiatrie en geriatrie maar ook vanuit interne geneeskunde, neurologie en oncologie.
Binnen het Frisius MC is de psychiatrische zorg anders georganiseerd dan in veel algemene ziekenhuizen. Er is geen psychiatrische afdeling waar langdurige behandeling plaatsvindt. Beeldende therapie wordt vooral ingezet binnen de Medisch Psychiatrische Unit (MPU), een kleinschalige verpleegafdeling voor patiënten bij wie somatische en psychische problematiek samenkomen. Daarnaast werken Marion en Linda ziekenhuisbreed op consultbasis en worden zij ook ingezet op andere locaties van het Frisius MC, waaronder Heerenveen. De focus ligt daarbij vooral op diagnostiek, observatie en het ondersteunen van de hoofdbehandelaar bij complexe klinische vragen.
Waarom ArTA hier zo goed past
Juist in deze context sluit ArTA goed aan. De diagnostische vragen zijn vaak complex, de opnameduur is kort en er is behoefte aan informatie die direct bruikbaar is voor de hoofdbehandelaar.
ArTA biedt daarvoor een gestructureerd en evidence-based kader waarmee beeldend therapeuten in korte tijd zicht krijgen op het adaptief vermogen en de balans van een patiënt. Tegelijkertijd helpt de methode om observaties te vertalen naar een taal die ook voor andere disciplines herkenbaar is. Hierdoor wordt deze informatie actief meegenomen in de overdracht naar vervolgtrajecten.
Zoals Marion het verwoordt:
“Ze gaan echt aan op het feit dat er onderzoek achter zit. Het is niet meer zo zweverig; het is medische taal en daar kunnen ze iets mee.”
Daarin wordt zichtbaar hoe ArTA niet alleen een methodisch instrument voor beeldend therapeutische observatie en diagnostiek is, maar ook een brug vormt tussen beeldende therapie en de bredere medische context.
Verkort ArTA
Hoewel ArTA oorspronkelijk is ontwikkeld als assessment dat verspreid over meerdere sessies wordt afgenomen, bleek de ziekenhuispraktijk om een andere aanpak te vragen. Op de Medisch Psychiatrische Unit verblijven patiënten gemiddeld slechts enkele dagen, en ook consulten op andere afdelingen moeten vaak snel worden ingepland.
Marion en Linda gingen daarom experimenteren met een verkorte afname, waarin het volledige ArTA-assessment in één of twee sessies wordt uitgevoerd.
“Het begon eigenlijk heel praktisch,” vertelt Linda. “We hadden gewoon geen tijd voor drie observaties. En er stond nergens dat het niet mocht.”
Wat begon als pragmatiek, ontwikkelde zich al snel tot een werkbare klinische aanpak. Niet minder zorgvuldig, maar anders georganiseerd in tijd en focus.
Klinisch redeneren in het moment
Verkort werken betekent vooral dat er voortdurend geschakeld wordt. Doordat het assessment in één of twee aaneengesloten sessies plaatsvindt, is er minder ruimte voor reflectie achteraf, ook van de patiënt. Daardoor blijft het beeld dichter bij het directe gedrag.
Linda zegt daarover:
“Je pakt veel meer de essentie van dat moment. Het beeld laat zien hoe iemand op dat moment omgaat met spanning, keuzes en uitdagingen. En de patiënt zelf kan tussen de obervatiesessies niet gaan nadenken.”
De keuze voor materialen, technieken en instructies ontstaat direct in de interactie met de patiënt. Dat vraagt een scherpe klinische blik en het vermogen om snel te duiden wat er gebeurt.
Marion verwoordt dat als volgt:
“Wij zijn gewend om heel snel contact te maken, af te stemmen: wie zit er voor me, wat heeft iemand nodig en hoe kom ik daar. ArTA sluit daar eigenlijk naadloos op aan.”
Ook patiënten zelf ervaren dit doorgaans als heel waardevol, wat blijkt uit de vele bedankkaartjes en gedichtjes die op het prikbord van het beeldend therapie kantoor hangen.
Marion beschrijft het als volgt:
“Je kunt als beeldend therapeut hier in het ziekenhuis zo’n baken in een storm zijn. Ze zitten in een tornado en jij zit met ze samen even in het oog, en in dat oog is het stil en zitten mensen in contact met jou en daarin ben je wel confronterend, maar dat ervaren ze als zo’n steun, rust in een soms onvoorspelbaar traject. Dat is heel waardevol en dankbaar.”
Volgens haar zit de grootste uitdaging niet in het verkorten van de methode, maar in het vertrouwen op je eigen vakmanschap.
“Je moet durven leunen op je kennis en ervaring,” zegt ze. “Als je veel oefent met ArTA, ben je eigenlijk een ui aan het afpellen. Uiteindelijk ga je steeds sneller zien waar de kern zit.”

ArTA als aanvulling op psychiatrische diagnostiek
Marion en Linda zien ArTA nadrukkelijk als een aanvulling op psychiatrische diagnostiek. De anamnese en medische observaties blijven leidend, maar het beeldend werken voegt een andere laag toe.
“Het geeft zicht op nuances,” vertelt Linda. “Dat zie je niet altijd in een gesprek. Het is echt complementair.”
Die aanvulling is vooral waardevol bij complexe of terugkerende opnames, of wanneer gedrag moeilijk te duiden is. Ook bij somatische problematiek met een mogelijke psychische component helpt ArTA om het adaptief functioneren beter in beeld te brengen.
Niet uitleggen, maar laten ervaren
Frisius MC is een opleidingsziekenhuis waar voortdurend artsen, psychiaters, co-assistenten en stagiaires meekijken. Die nieuwsgierigheid bleek een belangrijke voedingsbodem voor ArTA.
Marion en Linda kiezen er daarom bewust voor om niet alleen via lezingen en presentaties te vertellen over hun werk, maar het ook te laten ervaren.
“Ze zagen onze verslagen en dachten: hoe kan het dat dit zo precies klopt? Toen hebben we gezegd: ervaar het gewoon eens zelf.”
Dat werd een kantelpunt. Waar ArTA eerst iets was dat werd uitgelegd, werd het iets dat werd beleefd.
Marion en Linda pakten dit bewust luchtig maar professioneel aan. Ze nodigden psychiaters en coassistenten uit om zelf kort mee te doen in een ArTA assessment, zonder er een zwaar of theoretisch moment van te maken. De nadruk lag op ervaren in plaats van uitleggen, in een setting die veilig en laagdrempelig bleef. Belangrijk daarbij was het bewaken van vertrouwen en gelijkwaardigheid: geen ‘uitleg over vaktherapie’, maar samen onderzoeken wat er gebeurt in het werken met materiaal. Juist die ontspannen, maar zorgvuldig begeleide insteek maakte dat collega’s zich vrij voelden om mee te doen en er ook open over terug te reflecteren.
Linda vertelt:
“Ze hebben het daarna nog heel vaak over gehad. Ze gingen zelf verbanden leggen met werk en thuis. Dat maakte veel indruk.”
Marion vult aan:
“Dat maakt voor hen ook helder wanneer het aanvragen van een ArTA assessment zinvol is”.
Profilering: van evidence naar zichtbaarheid
ArTA heeft niet alleen invloed gehad op hun manier van werken, maar ook op de positionering van beeldende therapie binnen het ziekenhuis. Doordat de methode aansluit bij de taal en werkwijze van de medische praktijk, groeit het vertrouwen in de bijdrage van beeldende diagnostiek. Dat versterkt zowel de herkenbaarheid van het vak als de positie van de beeldend therapeut binnen het behandelteam.
Toch benadrukken Marion en Linda dat een methode alleen niet genoeg is. Profilering vraagt actieve zichtbaarheid. In een opleidingsziekenhuis, waar steeds nieuwe collega’s starten, moet je voortdurend laten zien wat je doet en waarom dat relevant is.
Ze geven scholingen, presenteren binnen teams, hebben de ArTA systematiek geïntegreerd in hun EPD (EPIC) en brengen ArTA actief in tijdens MDO’s. Waar mogelijk nemen ze beeldend werk mee.
“Zo’n beeld zegt vaak veel meer dan een pagina tekst,” vertelt Linda.
Ook in hun uitstraling kiezen ze bewust: een witte jas, een actuele foto op intranet en uitnodigingen aan collega’s om mee te kijken.
“Ga er niet vanuit dat mensen vanzelf weten wat vaktherapie is,” zegt Marion. “Je moet zelf de stap zetten.”

Vakmanschap in het moment
Wat in het verhaal van Marion en Linda steeds terugkomt, is dat verkort werken met ArTA veel meer is dan een praktische aanpassing aan de ziekenhuiscontext. Het vraagt om klinisch vakmanschap: snel kunnen observeren, betekenis geven aan wat zich in het beeldend werk laat zien en dit vertalen naar informatie die direct bruikbaar is voor de hoofdbehandelaar.
Tegelijkertijd blijkt ArTA ook een belangrijke rol te spelen in de profilering van beeldende therapie. Doordat de methodiek aansluit bij de taal van de medische praktijk en actief wordt gedeeld met collega's, groeit niet alleen de zichtbaarheid van het vak, maar ook het vertrouwen in de bijdrage van de beeldend therapeut aan diagnostiek en behandeling.
Werk jij ook met ArTA en heb je een ervaring, best practice of lesson learned die interessant kan zijn voor een volgende editie van ArTA Stories? Dan hoor ik graag van je: mail@ingridpenzes.com. Samen bouwen we verder aan een sterke, zichtbare en lerende ArTA-community!
De afbeeldingen bij deze ArTA Story kreeg ik van Marion en Linda


Opmerkingen