top of page

ArTA in het EPD: van ‘black box’ naar gedeelde taal

Ingrid Pénzes in gesprek met Lara Maessen-Schaefer, beeldend therapeut bij Ciro



Hoe zorg je ervoor dat wat er gebeurt in de beeldende therapie zichtbaar, begrijpelijk en betekenisvol wordt voor collega's in het behandelteam? En hoe vertaal je rijke beeldende observaties naar een EPD zonder de essentie van het vak te verliezen?


Dat zijn vragen die regelmatig terugkomen in mijn gesprekken met beeldend therapeuten die een ArTA-scholing volgen. Sterker nog: het is één van de thema's die veel collega’s bezig houdt zodra zij de taal van ArTA gaan beheersen. Want als je eenmaal merkt hoeveel informatie materiaalinteractie, materiaalbeleving en het beeldend product kunnen geven over balans en adaptief vermogen, ontstaat vanzelf de behoefte om die inzichten ook te delen met anderen.


Met ArTA Stories wil ik ervaringen uit de praktijk verzamelen en delen. Niet alleen om elkaar te inspireren, maar ook om van elkaar te leren. Welke keuzes maken collega's? Wat werkt goed? Waar lopen ze tegenaan? En welke lessen nemen ze mee?


Voor deze eerste ArTA Story sprak ik met Lara Maessen- Schaefer, beeldend therapeut bij Ciro in Horn. Zij rondde de ArTA Basis en ArTA verdiepende cursus af. Samen met collega beeldend therapeut Lisanne Collewijn, die de ArTA Basis cursus afrondde en volgend jaar de verdiepende gaat doen, gebruikte zij de implementatie van een nieuw EPD-systeem als kans om ArTA structureel te integreren in hun rapportages.

Hun verhaal laat zien hoe een gedeelde taal niet alleen de kwaliteit van verslaglegging kan versterken, maar ook de positie van beeldende therapie binnen een multidisciplinair behandelteam.


Over Ciro

Lara werkt bij Ciro in Horn, een gespecialiseerd behandel- en kenniscentrum voor mensen met complex chronisch longfalen, hartfalen en slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen. Binnen Ciro werken verschillende disciplines intensief samen rondom de behandeling van patiënten die vaak te maken hebben met complexe en langdurige gezondheidsproblemen. Daarnaast speelt onderzoek een belangrijke rol. CIRO werkt al jarenlang nauw samen met het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+) en maakt sinds 2010 deel uit van een formeel samenwerkingsverband waarin zorg, onderzoek en innovatie elkaar versterken. 


Inleiding: van intuïtieve kennis naar expliciete taal

Lange tijd – en misschien herkennen sommigen van jullie dit nog steeds – had beeldende therapie voor andere disciplines een wat vaag of moeilijk grijpbaar imago. Een soort black box: er gebeurt van alles, maar wat precies? En hoe draagt dat bij aan diagnostiek of behandeling?


Voor beeldend therapeuten voelt de relatie tussen beeldend vormgeven en geestelijke gezondheid vaak vanzelfsprekend. We zien dagelijks hoe cliënten omgaan met materialen, welke keuzes zij maken, hoe zij reageren op uitdagingen en wat hun beeldende werk laat zien over hun functioneren.

Maar hoe leg je dat uit tijdens een multidisciplinair overleg? Hoe rapporteer je dat in een EPD? Hoe vind je woorden voor de rijkdom aan observaties die voor ons zo herkenbaar zijn? Juist daar blijkt ArTA voor veel collega's van waarde.


Wat ik vaak terug hoor van deelnemers aan de ArTA scholingen, is dat deze methode een taal biedt die zowel herkenbaar is voor beeldend therapeuten als begrijpelijk voor andere professionals. Dat heeft verschillende redenen.


Ten eerste laat het onderzoek waarop ArTA is gebaseerd zien dat een beperkt aantal aspecten van het beeldend proces daadwerkelijk samenhangt met geestelijke gezondheid: materiaalinteractie, materiaalbeleving en het beeldend product. Niet alles wat tijdens een sessie gebeurt heeft diagnostische betekenis. Dat maakt het overzichtelijker en concreter.


Daarnaast zijn deze aspecten gekoppeld aan balans en adaptief vermogen. Begrippen die niet afhankelijk zijn van een specifieke diagnose, maar relevant zijn binnen vrijwel iedere behandelcontext. Daardoor sluiten ze goed aan bij de taal van andere disciplines.


En misschien minstens zo belangrijk: ArTA is gebaseerd op onderzoek. Het biedt een evidence-based kader waarmee beeldende therapie beter zichtbaar en navolgbaar wordt.


Ook docenten beeldende therapie noemen dit regelmatig als meerwaarde. Een gedeelde professionele taal draagt immers bij aan een herkenbaar beroepsprofiel. Hoe consistenter we communiceren over ons vak, hoe sterker de positionering van beeldende therapie binnen organisaties, opleidingen en samenwerkingsverbanden.


Een praktijkvoorbeeld: een kans om het anders te doen

Toen Lara en haar collega Lisanne de ArTA-scholing volgden, speelde er binnen Ciro tegelijkertijd iets anders: er werd een nieuw EPD ingevoerd. Waar veel therapeuten een systeemverandering vooral als een uitdaging zien, zagen zij een kans.


"ArTA geeft een duidelijke taal waar we onze collega's makkelijk in kunnen meenemen. Het maakt heel concreet wat we observeren en hoe dat bijdraagt aan onze beeldvorming van de patiënt. Het helpt om collega's mee te nemen in wat we doen in de beeldende therapie, waarom we dat doen en hoe het werkt. Het maakt ons meer zichtbaar en de communicatie verloopt daardoor soepeler."


Volgens Lara was het vóór ArTA vaak zoeken naar de juiste woorden.


"We probeerden wat er in de beeldende therapie gebeurde te vertalen naar psychologentaal. Maar dat bleef lastig. Wat bedoelen we bijvoorbeeld precies met 'het medium'? En hoe draagt tekenen of schilderen nu eigenlijk bij aan diagnostiek en behandeling?"


Toen zij en Lisanne beiden met ArTA gingen werken, veranderde dat.


"Doordat we dezelfde taal spraken en deze consequent gebruikten in onze communicatie, begon het echt te landen. Balans en adaptief vermogen zijn begrippen waar iedere discipline mee bezig is. Daardoor wordt duidelijker wat beeldende therapie toevoegt en waarom dat relevant is voor de patiënt. Dat ArTA evidence-based is, hielp daarbij ook."


Minder schrijven, meer zeggen

Een interessante opbrengst die Lara noemt, is dat ArTA hun verslaglegging juist eenvoudiger heeft gemaakt.


"Het systematisch observeren van materiaalinteractie, materiaalbeleving en beeldend product scheelt veel tijd ten opzichte van hoe we eerst rapporteerden."


Waar rapportages eerder bestonden uit uitgebreide beschrijvingen, biedt ArTA een duidelijke structuur. Hierdoor wordt sneller zichtbaar wat relevant is én waarom.


Hoe ziet ArTA eruit in het EPD?

Toen Ciro overstapte naar EPIC kregen de verschillende disciplines de vraag welke informatie zij wilden vastleggen en op welke manier.

Voor Lara en Lisanne was het antwoord meteen duidelijk: ArTA moest daarin een plek krijgen. De rapportage bestaat uit twee onderdelen.


1. Een kort formulier voor het behandelteam

Dit deel is zichtbaar voor alle betrokken disciplines en bevat:

  • de doelen van de beeldende therapie;

  • een korte toelichting;

  • de belangrijkste bevindingen binnen de beeldende therapie met name materiaalinteractie, materiaalbeleving en beeldend product;

  • de betekenis daarvan voor balans en adaptief vermogen;

  • de implicaties voor behandeling.


Hiermee ontstaat voor collega's snel inzicht in wat beeldende therapie bijdraagt aan het behandelproces.


2. Het klinisch redeneerproces in beeldende therapie

Het tweede formulier is uitgebreider en vooral bedoeld voor de beeldend therapeut zelf. Lara en Lisanne noemden dit onderdeel: "Klinisch redeneerproces in beeldende therapie."

Hoewel collega's het kunnen inzien, is het vooral bedoeld voor eigen verslaglegging, monitoring en onderbouwing.

De opbouw volgt grotendeels het ArTA-observatieformulier.


Stap 1: materiaal en opdracht vastleggen

De rapportage begint met het registreren van:

  • gebruikte materialen;

  • toegepaste technieken;

  • zelfgekozen of aangeboden materiaal;

  • de gegeven instructie.

Daarnaast is er ruimte om bijzonderheden te noteren, bijvoorbeeld wanneer een cliënt vooral kopieert, imiteert of juist experimenteert om tot beeldend handelen te komen.


Stap 2: materiaalinteractie observeren

Voor iedere categorie van materiaalinteractie is een keuzemenu ontwikkeld.

Bijvoorbeeld:

Categorie

Keuzeopties

Beweging

groot – klein – niet opvallend

Tempo

snel – langzaam – niet opvallend

Kracht

veel – weinig – niet opvallend

Voor iedere observatiecategorie is een vergelijkbare keuze beschikbaar.

Lara vertelt dat zij bewust hebben gekozen voor eenvoudige opties.


"Voor ons zijn vooral de extremen relevant in het bepalen of de materiaalinteractie meer rationeel of meer affectief van aard is."


Na het invullen van de afzonderlijke categorieën volgt een vrij tekstveld waarin het totale patroon van materiaalinteractie wordt beschreven en geduid.


Stap 3: materiaalbeleving vastleggen

Binnen materiaalbeleving registreren zij:

  • of de patiënt contact kan maken met gevoelens;

  • of lichamelijke sensaties worden ervaren;

  • hoe daarmee wordt omgegaan.

Daarbij kijken zij specifiek naar signalen van onder- of over regulatie. Bijzonderheden kunnen worden toegelicht in een vrij tekstveld.


Stap 4: het beeldend product beschrijven

De zes formele beeldelementen worden eveneens geregistreerd via keuzemenu's:

  • veel;

  • weinig;

  • niet opvallend.

Vervolgens wordt beschreven wat dit zegt over de mate van structuur en variatie binnen het beeldend product.


Stap 5: de betekenis voor de patiënt

Naast de observaties vinden Lara en haar collega de reflectie van de patiënt essentieel.

Zij noteren onder andere:

  • welke inzichten de patiënt zelf benoemt;

  • of er een koppeling gemaakt kan worden tussen ervaringen in de beeldende therapie en het dagelijks leven;

  • de relatie met het eigen fysieke functioneren.

Ook is er ruimte voor overige observaties, bijvoorbeeld rond de therapeutische relatie.


De vertaalslag naar het behandelteam

Uiteindelijk wordt alle informatie samengebracht in een korte, discipline-overstijgende conclusie. Wat valt op? Wat zegt dit over de balans en het adaptief vermogen van de patiënt? En wat betekent dat voor de behandeling? In de schriftelijke en mondelinge communicatie worden consistent dezelfde begrippen gebruikt.


"Dan zit ik in een MDO met alle betrokken behandelaren en licht ik dat kort toe. Omdat de informatie al helder is vastgelegd, kan dat heel gericht. Je creëert begrip."


Lessons learned

Ik was natuurlijk benieuwd wat Lara wellicht met wijsheid achteraf anders zou doen.


"We moesten dit in hoog tempo implementeren. Dit was onze kans en we wilden het beeldende stuk echt goed neerzetten. Dat was best een uitdaging, zeker omdat ik de scholing pas net had afgerond."


Met de kennis van nu zou zij sommige onderdelen explicieter formuleren. Ook ziet zij nog mogelijkheden voor verdere ontwikkeling.


"Ik zou graag foto's van beeldende producten kunnen toevoegen aan de rapportage. Dat is nog niet gelukt. Mogelijk heeft dat te maken met privacy of met de manier waarop EPIC is ingericht. Maar voor overdracht en doorverwijzing zou dat veel waarde hebben. Een beeld zegt immers vaak meer dan duizend woorden. Ook zou ik graag de voortgang over de drie sessies binnen ArTA beter willen vastleggen, ik gebruik daar nu het vrije veld voor waar ik de belangrijkste bevindingen per sessie noteer, maar dat is wat dubbelwerk." *zie voetnoot op het eind van deze ArTA Story


Het gouden advies van Lara

Tot slot vroeg ik Lara welk advies zij zou geven aan collega's die ArTA willen integreren in hun eigen EPD.

Haar antwoord was:


"Zorg dat je vooraf helder hebt wat je precies wilt vastleggen. En oefen ermee. Als het systeem eenmaal staat, kun je het niet altijd gemakkelijk aanpassen."


Tot slot

Wat mij raakt in het verhaal van Lara en Lisanne, is dat hun ervaring laat zien dat de implementatie van ArTA in een EPD niet alleen gaat over systemen en formulieren. Het gaat uiteindelijk over zichtbaarheid: over het vinden van woorden voor wat wij als beeldend therapeuten dagelijks waarnemen, over het versterken van onze professionele identiteit, en over het creëren van een gedeelde taal waarmee collega’s beter begrijpen wat beeldende therapie bijdraagt aan diagnostiek en behandeling.

Daarmee laat de implementatie van ArTA in het EPD zien hoe we van een black box kunnen groeien naar een gedeelde taal die onze professionele bijdrage zichtbaar en begrijpelijk maakt.


Misschien herken je jezelf in hun zoektocht. Misschien ben je zelf aan het nadenken over hoe je ArTA kunt integreren in jouw verslaglegging of communicatie binnen het behandelteam. Dan hoop ik dat dit verhaal je inspireert en je er lering uit kunt trekken.

Misschien heb je zelf goede tips over het gebruik van ArTA in de communicatie met collega's. Laat vooral een comment achter!


Werk jij ook met ArTA en heb je een ervaring, best practice of lesson learned die interessant kan zijn voor een volgende editie van ArTA Stories? Dan hoor ik graag van je. Samen bouwen we verder aan een sterke, zichtbare en lerende ArTA-community!


*Tijdens het uitwerken van deze ArTA Story sprak ik met Marion Winters en Linda Heerschop, beeldend therapeuten in het Frisius Ziekenhuis. Zij vertelden toevallig ook over het belang van taal in o.a. het EPD . Ook zij werken met EPIC en zij plaatsten foto's van beeldend producten in een Word bestand dat ze uploaden in EPIC. Waar ik verder met hen over in gesprek ging? Je leest het binnenkort in een volgende 'ArTA Story'!


De afbeelding bij deze ArTA Story is met AI gegenereerd





2 opmerkingen


Super om te lezen!

En wat een mooie manier Ingrid, om zo wat meer te inspireren en delen met elkaar!

Ik denk dat dit enorm helpend is, want het is idd na de, overigens fantastische scholing, best zoeken hoe je de ArTA het beste kan toepassen en integreren in de praktijk, zonder dat je er heel veel extra tijd aan kwijt bent.


Wij werken in het ucp Groningen ook met Epic. Ook wij hebben een "smart phrase" ingevoerd voor ArTA observaties. Dat werkt idd fijn en geeft een mooie richting en uniformiteit in de rapportage en bewoordingen.


Je kan in Epic ook in de rapportage direct een foto zetten, door de foto te kopiëren vanuit het fotobestand en te plakken.…


Like
Reageren op

Dank je wel voor je reactie, Lise! En wat een goede tip over het gebruik van fotomateriaal in EPIC!

Like
bottom of page